De stad Geel is zeer gastvrij en sociaal met tweehonderd gastgezinnen voor psychiatrisch patiënten en met een openbaar groen dat gedeeltelijk door inwoners van de stad zelf wordt verzorgd. Naast ‘groene vingers’ die moeten voorkomen dat deelgemeentes aan de stad vastgroeien, heeft de stad ook een private imker ingezet. Geel richt zich sterk op de elektrificatie van zijn wagenpark. Zo is tien jaar geleden al gekozen voor elektrische Goupil G3-vuilophalingswagentjes en in 2020 werden elektrische Nissan Leafs en daarna ook elektrische Maxus-busjes aangeschaft.
De naam van de stad Geel zou volgens de ene taalkundige verwijzen naar een ‘hoger gelegen bosje op gelige zandgrond’ terwijl de andere het houdt bij ‘poel (of ven) met gelige bodemsoort’. De eerste geschreven teksten met historische gegevens over Geel dateren al uit de twaalfde eeuw. Zo is er een nog bestaande oorkonde uit 1155 waarin vermeld staat dat Wouter I Berthout, de plaatselijke machthebber, in de omgeving van Geel gelegen gronden wegschonk aan de abdij van Grimbergen.
Rondom Geel werd veel vlas verbouwd. Die vlasteelt deed in de veertiende en vijftiende eeuw een intensieve linnenproductie en -handel ontstaan. De Halle op de markt, het voormalige gemeentehuis van de stad Geel, was voorheen een lakenhal en verkoopcentrum om de geproduceerde stoffen te verhandelen. De Halle dateert van de tweede helft van de vijftiende eeuw. In de zeventiende eeuw werd ze na verval van de lakennijverheid ingericht als gemeentehuis. Sinds de wet van 19 juli 1985 draagt Geel de titel van stad. Geel is zeer bekend vanwege het grootste psychiatrisch ziekenhuis van Vlaanderen en de ruim tweehonderd gastgezinnen voor psychiatrisch patiënten die de stad telt. De stad is dus ook een sociaal zeer bewogen gemeenschap. Volgens Luc Van Laer, schepen van Openbare Werken, Patrimonium en Landbouw, is dit onderdeel van de stad Geel sinds een paar maanden zelfs immaterieel UNESCO Werelderfgoed.
In tegenstelling tot sommige andere steden van ons land heeft Geel nog een zeer uitgebreid landbouwgebied rondom de stad. De landbouw is voor de stad nog steeds van grote betekenis volgens schepen Van Laer. Het merendeel van de landbouwers bestaat uit melkveehouders. Wel is het percentage landbouwers in het totaal van de beroepsbevolking sterk teruggelopen. Maar het aantal hectaren landbouwgebied in Geel bedroeg in 2023 nog steeds 5.433 hectare.
Naast landbouw is inmiddels ook de natuur sterk vertegenwoordigd in en rondom de stad. Zo bedraagt het bosgebied inmiddels 1.469 hectare. De drie grootste inkomstenbronnen voor Stad Geel zijn gelden van de Vlaamse overheid, lokale belastingen (zowel inwoners als industrie) en gelden voor het leveren van diensten aan inwoners, particulieren of bedrijven.
Naast landbouw en natuur heeft de industrialisatie zich de laatste decennia met kracht doorgezet, net als de handels- en dienstensector, waarvan het modernistische Technologiehuis van de Kempen een treffend voorbeeld is. Verder huisvest de regio veel instituten en onderzoekscentra op het gebied van kernenergie en alles daaromtrent.
Geel heeft ook altijd de functie van centrumgemeente uitgeoefend voor de omgeving. Zo heeft de stad sinds verschillende jaren een universiteitsafdeling, namelijk de Campus Geel die een onderdeel vormt van de KU Leuven. Naast industriële wetenschappen worden hier tegenwoordig ook de opleidingen biowetenschappen aangeboden.
Door al deze activiteiten is Geel inmiddels, na Antwerpen, Gent en Genk, de op vier na grootste industriestad van Vlaanderen. In totaal beslaat de oppervlakte industriegebied inmiddels 416 hectare. Er zijn meerdere industriezones, bijvoorbeeld Hees/Hezeschrans met 11,20 hectare en industriezone Liessel met 33,98 hectare. Industriezone Liessel wordt de komende jaren uitgebreid met minimaal 300.000 m2. Daarnaast wordt er vanaf 2024 begonnen met de aanleg van een geheel nieuwe industriezone die ook Hees/Hezeschrans gaat heten. Zoals meestal het geval is, liggen de industriezones rondom belangrijke snelwegen en vaarwegen. Zo loopt de grote snelweg E313 langs de stad en als je naar de kaart van Geel kijkt, zie je dat ook twee kanalen de stad doorsnijden. Aan de noordkant ligt het Kempisch Kanaal en ten zuiden van Geel het Albertkanaal. Volgens Stijn Valgaeren, sectormanager Grondgebiedszaken van Stad Geel, wordt het Kempisch Kanaal zowel door de beroepsvaart als door toeristische vaartuigen gebruikt. Het Albertkanaal wordt vooral door de beroepsvaart gebruikt. Het onderhoud aan deze kanalen wordt uitgevoerd door de Vlaamse overheid, evenals het onderhoud aan en langs de E313.
De totale oppervlakte van de stad Geel is 110,20 km2 (oftewel ruim 11.000 ha). Het inwoneraantal bedraagt inmiddels 42.503. Het totaal aantal hectares woonzone komt op 1.748. De stad wil natuur en ecologie hand in hand laten gaan. Natuurontwikkeling vindt in het bijzonder plaats aan de zuidkant van de stad. Hier zijn ook enkele Natura 2000-gebieden te vinden.
Het totale wegennet van de stad bedraagt 467 kilometer, waarvan 55,1 kilometer gewestweg. De fietspaden in Geel zijn samen goed voor 110,8 kilometer. De stad heeft elf deelgemeentes. Stijn Valgaeren: ‘Vlaanderen wordt gekenmerkt door lintbebouwing, maar wij willen niet dat op termijn alle deelgemeentes aan onze stad vastgroeien. Vandaar dat de stad zogeheten ‘groene vingers’ voorstaat, dus groene gedeeltes die de stad in lopen.’ Een andere ‘groene’ ontwikkeling die gerealiseerd wordt, met behulp van een bijdrage van de Vlaamse overheid, is de toepassing van geothermie. Daarbij wordt warm en koud water op honderd meter diepte opgepompt en teruggegeven in de bodem. Zodoende kunnen het zwembad, stadhuis, feestzaal, cultuurcentrum en diverse andere gebouwen van de stad op termijn duurzaam verwarmd of gekoeld worden.
Uit de bermbeheervisie van de stad komt naar voren dat qua groenonderhoud de stad een deel doet en de bewoners ook een deel van dit onderhoud verzorgen. Volgens Stijn Valgaeren is de situatie zo dat langs sommige straten en watergangen de bewoners verplicht het onderhoud moeten doen. Langs andere straten en watergangen mogen de bewoners dit vrijwillig doen. Hij is er heel trots op, evenals de schepen, dat de stad zelfs een private imker heeft en op de stedelijke gebouwen bijenkasten gehuisvest worden. De stad draagt dan ook al enkele jaren het label van bijenvriendelijke gemeente.
De stad heeft ook een speciale bomenploeg die één tot twee keer per jaar alle bomen binnen de stadsgrenzen snoeit. Net op het moment van ons bezoek, op een regenachtige dag, zijn mensen van deze bomenploeg druk bezig met het snoeien van bomen langs een belangrijke doorgaande weg naar de stad. Ze zetten onder meer een Cheetah 30/8-houtversnipperaar in. Om de toppen van de bomen te kunnen bereiken, wordt een Merlo- verreiker met knikarm met werkbak ingezet. Qua bomen wordt alles zelf gedaan door de stad, behalve in het geval van hele oude of monumentale bomen.
Wat het totale groenbeheer betreft, verricht de stad ongeveer 50 procent zelf en eveneens circa 50 procent wordt uitbesteed. Valgaeren: ‘De ontwikkeling van de afgelopen jaren wat dit betreft, is dat wij steeds meer in eigen beheer gaan doen. De reden hiervoor is vooral dat dit nét een beter resultaat geeft en wij sneller kunnen reageren. Zodoende kunnen wij de kwaliteit toch beter in de hand houden dan wanneer derden de werkzaamheden uitvoeren.’
Je zou denken dat zo’n grote stad niet op de centen let, maar niets is minder waar. Zo ontwikkelde Valgaeren zelf in 2019 de cortenstalen planten- en bomenbakken in de stad met bankjes eraan vastgemaakt. Door dit zelf te ontwerpen en het door gemeentewerkers te laten maken, wordt de prijs natuurlijk sterk gedrukt. De stad werkt met hanging baskets met bloemen erin. Verder staan er maar liefst 180 bladmanden in de gehele stad. Eveneens worden wilgenbakken geweven waar bewoners uit een straat het blad in kunnen deponeren. Kleine herstellingen, ook aan wegen, voert men zelf uit. Vandaar dat de stad ook een Bomag BW 135 AD-asfaltwals heeft. De grotere projecten worden wel uitbesteed. Om het maaiwerk te vergemakkelijken heeft de stad in diverse parken grote robotmaaiers geïnstalleerd.
Tien jaar geleden werd al begonnen met het elektrificeren van het wagenpark. Het eerste voertuig op accu was het Goupil G3- vuilophalingswagentje. Inmiddels heeft Stad Geel er twee van. Volgens schepen Van Laer wordt nu de rest van het wagenpark geëlektrificeerd. Alleen de zwaardere voertuigen en de voertuigen die zware aanhangers moeten trekken nog niet, zoals bijvoorbeeld de Nissan Cabstar 35.14 of de MAN-vrachtwagen. Deze categorie blijft op diesel draaien.
Samen met vervoersmaatschappij Cambio werkt de stad ook steeds meer met zogeheten deelvoertuigen. Het gaat hierbij om benzinemodellen als de Citroën Berlingo en de Opel Combo. Bij het elektrificeren van het wagenpark kiest de stad ervoor om eerst met alle voertuigen naar elektrisch over te gaan, en dezelfde stap wordt waar mogelijk gezet bij sommige machines voor groenonderhoud.
Volgens Valgaeren is waterstof voor de voertuigen momenteel geen optie, omdat het eerstvolgende waterstoftankstation op vijftig kilometer van Geel gelegen is. ‘Voorheen hadden wij cng, maar dat zijn we stilaan aan het uitfaseren.’
Bij de elektrische auto’s kiest Geel vooral voor de Nissan Leaf. Bij de elektrische busjes valt de keuze onder meer op het Chinese merk Maxus, een merk dat momenteel razendsnel de wereldmarkt voor elektrische busjes verovert. Maxus behoort tot de Chinese groep SAIC Motor. Geel koos voor deze Maxus-busjes omdat deze in het raamcontract van een andere overheid zaten waarop beroep werd gedaan. Onlangs is er ook een nieuwe elektrische Ford lichte vracht aangekocht. De eigen vuilnisvrachtwagens, gangbare vrachtwagens en kranen blijven nog dieselmodellen. De stad kiest hierbij voor Volvo, Scania en MAN. Deze eigen vuilnisvrachtwagens halen bijvoorbeeld de grotere vuilbakken van de stad en van scholen leeg. Tijdens onze rondgang door de garages van de stadswerf is te zien dat Stad Geel zeer ordelijk is. De auto’s staan keurig op kenteken geparkeerd (bij iedere parkeerplaats hangt het kenteken van de desbetreffende auto) en mogen niet op een andere plaats staan.
Momenteel is de stad ook bezig met de transitie van alle kleinere toestellen van benzine naar elektrisch/accu. Geel maakt voornamelijk gebruik van Stihl-machines. De stroom voor het laden van de accu’s van deze machines komt van de eigen zonnepanelen. Om zelf een deel van het groenbeheer uit te kunnen voeren, heeft de stad uiteraard allerlei machines. Bij de handmaaiers valt de keuze op Honda.
Voor werkzaamheden van de Groendienst heeft de stad een Kramer 5035-kniklader. Even verderop staat een werktuigdrager van Reform, de Boki HY1252 met Fiedler FKM 1510-veegmodule in de fronthef en achterop een Fiedler-pekelsproeier/watersproeier. Daarnaast heeft de stad een Belos Mic 84-werktuigdrager. Bijzonder is dat deze Belos een veegarm heeft met daarbij tevens een kantensnijder. Dat betekent dat een grasstrook met de kantensnijder kan worden gesneden, waarna de DAF-veegwagen met Beam-opbouw de losgesneden grasstrook keurig opveegt. Deze combinatie van kantensnijder met veger zie je in ons land niet vaak bij gemeentes en steden.